Het helpt om niet alleen te bepalen óf de organisatie moet aanhaken, maar ook hoe zwaar die betrokkenheid moet zijn.
1. Individuele verkenning of persoonlijk hulpmiddel
De maker onderzoekt een idee voor het eigen werk, zonder anderen afhankelijk te maken of bestaande processen te vervangen. Denk aan het voorbereiden van lesmateriaal, het testen met verzonnen data of het maken van een hulpmiddel waarvan de uitkomsten altijd door de maker zelf worden gecontroleerd.
Proberen, leren en weggooien kan hier zonder afzonderlijke toestemming van de organisatie. Een korte check wordt pas relevant wanneer bijvoorbeeld echte gegevens, externe diensten of andere duidelijke risico's in beeld komen.
2. Pilot
Een pilot betrekt anderen of haakt in op een echt proces, maar blijft beperkt en omkeerbaar. Een leerkracht kan bijvoorbeeld een oefenvorm met leerlingen testen, zelf de uitkomsten controleren en eenvoudig terugvallen op de bestaande werkwijze.
De organisatie haakt hier licht aan. Zij kijkt mee naar de mogelijke gevolgen en spreekt af onder welke voorwaarden de proef kan doorgaan. Meer beoordeling is nodig wanneer gevoelige gegevens worden gebruikt, uitkomsten belangrijke beslissingen beïnvloeden of mensen afhankelijk beginnen te raken.
Een pilot moet bovendien eenvoudig kunnen stoppen. Gegevens moeten kunnen worden verwijderd of overgedragen, accounts moeten afsluitbaar zijn en het oorspronkelijke proces moet weer bruikbaar zijn. Als stoppen niet meer eenvoudig kan, is het initiatief in de praktijk al verder dan een pilot, ook als iedereen het nog zo noemt.
3. Organisatiesoftware
Zodra een hulpmiddel structureel wordt gebruikt of er binnen de organisatie afhankelijkheid van ontstaat, is sprake van organisatiesoftware. Collega's of leerlingen vertrouwen bijvoorbeeld op de werking, gegevens worden herhaaldelijk verwerkt of een werkproces kan niet eenvoudig verder als het hulpmiddel faalt of stopt.
De operationele verantwoordelijkheid kan dan niet vanzelfsprekend bij de oorspronkelijke maker blijven. De organisatie wijst bewust een verantwoordelijke eigenaar aan en regelt wat nodig is voor kwaliteit, beveiliging, toegankelijkheid, ondersteuning, onderhoud en continuïteit.